Geschiedenisstudent Sven Maaskant (Erasmus Universiteit Rotterdam) schreef het volgende essay over de Waalsdorpervlakte als gedenkplek. Wij prijzen ons gelukkig toestemming van hem te hebben gekregen dit werkstuk een plek op onze site te mogen geven.
Mocht u de behoefte voelen te reageren op dit stuk, kunt u dat doen via
sven.maaskant@erepeloton.nl

Inhoudsopgave:
Inleiding
De Waalsdorpervlakte en de nationale dodenherdenking
Nationaal monument?
Besluit
Literatuur en bronnen

Inleiding

De Waalsdorpervlakte staat in mijn geheugen gegrift en daarin sta ik niet alleen. Voor veel mensen die geboren zijn voor, zeg, 1980 is de herdenking op de Waalsdorpervlakte dé nationale dodenherdenking, terwijl het Nationaal Monument in Amsterdam het geïnstitutionaliseerde centrum van nationale herdenking is. Hoe kreeg de Waalsdorpervlakte die betekenis? Waardoor kon juist deze plaats zich zo sterk hechtten aan het nationale, collectieve geheugen? Op de Waalsdorpervlakte worden de mensen herdacht die daar waren gefusilleerd door de bezetter. Het is een herdenkingsplaats voor de ongeveer 250 verzetsstrijders en represailleslachtoffers die tijdens de oorlog in de duinen rond het monument zijn vermoord. De oprichters van het monument zochten geen aansluiting bij een nationale context. Zij wilden een herdenkingsplaats voor zichzelf, een lieu de mémoire voor een specifieke groep en geen nationaal monument voor al de slachtoffers van oorlog en bezetting.

In deze uiteenzetting worden een aantal factoren verkend die mogelijk hebben bijgedragen aan de verandering van de betekenis van het verzetsmonument op de Waalsdorpervlakte. Na een beknopt historisch overzicht over de nationale dodenherdenking en de Waalsdorpervlakte, komen deze factoren aan de orde. Er is aandacht voor de betrokken organisaties, voor de media, maar ook voor twee psychologische dimensies: hoe belangrijk zijn plaats en sfeer bij herdenkingen?

Ik wil mevrouw W. Broer – Van der Hak, bestuurslid van de Vereniging Erepeloton Waalsdorp, bedanken voor bijdrage die zij leverde voor dit bescheiden onderzoek.

 TERUG NAAR BOVEN

 

De Waalsdorpervlakte en de nationale dodenherdenking[1]

Op 10 mei 1941 werd bij de ruïnes van de gebombardeerde Nederlandse kerk op Austin Friars in Londen een eerste dodenherdenking gehouden. Naast koningin Wilhelmina en de regering, waren tal van gevluchte Nederlanders aanwezig om de militairen en burgers te herdenken die in het eerste oorlogsjaar waren omgekomen.[2] Deze gebeurtenis kan worden beschouwd al de eerste nationale dodenherdenking. In 1945 kreeg dit gebruik een vervolg in het bevrijde Nederland. In mei van dat jaar bezocht de koningin de dodenherdenking op Plein 1813 in Den Haag. De herdenking vond plaats bij het monument ter nagedachtenis van de stichting van het Koninkrijk der Nederlanden. Een nationaal oorlogsmonument was nog niet gebouwd. Een jaar later werd de nationale dodenherdenking in de Ridderzaal gehouden en dat zou zo blijven tot 1961.

Vanaf 1945 werden ook op lokaal niveau herdenkingen georganiseerd. In veel gemeenten vonden stille tochten plaats, waarvan sommigen voor een bepaalde groep oorlogsslachtoffers waren bedoeld. Er waren herdenkingen in Kamp Vught, bij de Woeste Hoeve, maar ook op de Waalsdorpervlakte. In dit duingebied vonden vele leden van het verzet, alsmede tientallen slachtoffers van represaillemaatregelen, de dood voor het vuurpeloton. De overlevenden en de nabestaanden wilden hen herdenken op de plaats waar zij stierven. De eerste herdenking werd gehouden op 3 mei 1946. Even daarvoor waren enkele houten kruizen opgericht in de nabijheid van de duinpan waar de meeste executies waren voltrokken. De organisatie was in handen van de Commissie Nationale Herdenking 1940 – 1945.

Deze commissie was al in 1945 opgericht en nam al snel het voortouw bij de invulling van de dodenherdenkingen. Eerst in Den Haag, maar door het brede draagvlak – veel medewerkers van de commissie waren voormalige leden van het verzet – groeide de invloed op de landelijke organisatie van de herdenkingen. De regering nam spoedig de richtlijnen over die de commissie had opgesteld. Voortaan was 4 mei de dag van de nationale dodenherdenking. De invulling van de herdenking en het vlaggenprotocol werden eveneens overgenomen. De commissie kreeg in 1946 de nationale dodenherdenking (in de Ridderzaal) onder haar hoede en kreeg in 1947 de landelijke verantwoordelijkheid voor de herdenkingsprotocollen.

Intussen werden elk jaar op De Dam in Amsterdam de militaire oorlogsslachtoffers herdacht. In beginsel alleen die van de Tweede Wereldoorlog, maar al snel ook de militairen die bij oorlogen na 1945 waren omgekomen. Deze situatie was verre van ideaal. De koningin was 's middags aanwezig op De Dam en 's avonds in de Ridderzaal bij de nationale dodenherdenking. Er was behoefte aan eenheid en duidelijkheid. Rond 1960 gingen er binnen de regering stemmen op om de gescheiden herdenkingen samen te voegen. Een samenwerkingsverband tussen de Commissie Nationale Herdenking 1940 – 1945 en het Comité Herdenking Militaire Gevallenen kwam, op aandringen van de regering, in 1961 tot stand. Voortaan was er één nationale dodenherdenking. Het Nationaal Monument in Amsterdam, dat in 1956 door de koningin was onthuld, werd het brandpunt van de officiële herdenkingsceremonie. Hier kwamen voortaan op 4 mei, om vier uur 's middags, alle betrokkenen samen om zowel militaire als burgerlijke oorlogsslachtoffers te herdenken.

De dodenherdenking op de Waalsdorpervlakte bleef bestaan. Er kwam een monument en in 1959 werd de klok geplaatst. Verder veranderde er weinig. Honderden liepen in stilte naar het monument voor de Nederlanders die daar, door een verzetsdaad of door een wrange speling van het lot, waren gefusilleerd. De herdenking werd gevolgd door duizenden Nederlandsers, eerst via de radio en later via de televisie. Voor hen was dit de nationale dodenherdenking.

[1] Deze beschrijving is voornamelijk gebaseerd op de internetsites van het Comité 4 en 5 mei en de Vereniging Erepeloton Waalsdorp (zie Literatuur en bronnen)

[2] G.T. Cummins (regie), Vrij en onverveerd, acte 3 (Paramount News. Londen 1945)

 TERUG NAAR BOVEN

 

Nationaal monument?

Door samenwerking tussen regering en maatschappelijke organisaties konden vijftien jaar na de bevrijding eindelijk in nationaal verband de oorlogsslachtoffers worden herdacht op één daartoe geëigende plaats. Dit betekende echter geenszins dat de Waalsdorpervlakte weer werd wat het was geweest: een monument voor verzetsstrijders. De plek en de jaarlijkse herdenkingsceremonie waren inmiddels volledig geïntegreerd in het collectieve geheugen van de Nederlandse samenleving. Onder invloed van verschillende factoren was de Waalsdorpervlakte onderdeel gaan uitmaken van hetgeen het in stand hield. De jaarlijkse dodenherdenking op de Waalsdorpervlakte kreeg een betekenis die niet meer kon worden afgeschud.

Eén van die factoren was ongetwijfeld de invloed die de Commissie Nationale Herdenkingen 1940 – 1945 uit kon oefenen op de dodenherdenkingen. Deze commissie, die ook verantwoordelijk was voor de organisatie van de herdenking op de Waalsdorpervlakte, kreeg veel steun binnen de regering en bij vele gemeentelijke overheden. Daarnaast kan het belang van de brede steun vanuit het voormalige verzet niet worden onderschat. Dit gaf de commissie veel aanzien. Uiteindelijk bepaalde de commissie in belangrijke mate het gezicht van de herdenkingsbijeenkomsten en, niet in het minst, van de officiële nationale dodenherdenking in de Ridderzaal. Onder invloed van de commissie kreeg de herdenking op de Waalsdorpervlakte zeker een prominentere rol.

De landelijke bekendheid van de Commissie Nationale Herdenkingen 1940 – 1945 stond ook garant voor aandacht van de media. Aangezien de commissie op de eerste plaats betrokken was bij de ceremonie op de Waalsdorpervlakte, is het niet verwonderlijk dat bij de eerste herdenking, op 3 mei 1946 een radioreportage van de herdenking werd gemaakt.[1] Een jaar later werden er opnames gemaakt voor het polygoonjournaal.[2] Daarna kreeg de dodenherdenking op de Waalsdorpervlakte een vaste plaats op de televisie. Elk jaar werd de herdenking live uitgezonden. Dit bleef zo tot 1987. In dat jaar werd voor het eerst de herdenking op De Dam om acht uur 's avonds gehouden als onderdeel van een modernisering van de nationale dodenherdenking. De herdenking op de Waalsdorpervlakte verdween naar de achtergrond, maar vanaf 1995 was die herdenking weer te zien op de commerciële zenders. Het effect van veertig jaar media-aandacht op radio en televisie was niet gering. De herdenking bij het verzetmonument werd de nationale dodenherdenking voor 'televisiekijkend Nederland'.

Dit werd nog versterkt door twee psychologische factoren. Hoewel het moeilijk is te meten, kunnen de betekenis van de plaats en de sfeer niet worden onderschat. De Waalsdorpervlakte was, in tegenstelling tot De Dam, een 'contactplaats'. In de duinen van de Waalsdorpervlakte was werkelijk iets gebeurd – aan die plek was de herinnering direct gelieerd. Het contact tussen de plaats met het verleden riep een soort historische sensatie op, die op De Dam volledig ontbrak. Voor veel mensen was dat een reden om juist de Waalsdorpervlakte aan te merken als een geloofwaardige plaats voor de nationale dodenherdenking. Was het niet om die reden, dan was het wel vanwege de sfeer: geen belangrijke gasten, importante sprekers of een strakke regie. De herdenking op de Waalsdorpervlakte was voor de 'gewone' mensen die geen behoefte hadden aan het officiële karakter van de dodenherdenking bij het Nationaal Monument op De Dam.

[1] P. de Waart (verslaggever), Radioreportage van de eerste dodenherdenking op de Waalsdorpervlakte, opname van 3-5-1946

[2] Polygoon Holland Journaal, Twee jaar geleden. Herdenking op de Woeste Hoeve, Waalsdorpervlakte en in Groesbeek, opname van 4-5-1947

 TERUG NAAR BOVEN

 

Besluit

Op 'pleisterplaatsen van het geheugen' is de geschiedenis dichtbij en wordt de herinnering, gevormd door het collectieve geheugen, geactiveerd. Soms is een lieu de mémoire niet wat het lijkt. Voor twee of drie generaties was de herdenking op de Waalsdorpervlakte de nationale dodenherdenking, terwijl de herdenking plaatsvond bij een monument voor omgekomen verzetsstrijders. Waardoor kon dit gebeuren? De invloed van de media en de Commissie Nationale Herdenking 1940 – 1945 is besproken, maar een derde factor – het publiek – gaf waarschijnlijk de doorslag.

 Het is van belang het idee los te laten dat het geheugen star is. Integendeel, het geheugen is dynamisch. Het verandert voortdurend onder invloed van nieuwe informatie, andere interpretaties, maar ook – zoals in dit geval – door de invloed van het publiek.[1] Het publiek is geen passieve toeschouwer, maar bleek in staat de betekenis van het monument op de Waalsdorpervlakte aan te passen. Er bestond blijkbaar behoefte aan een nationale dodenherdenking met een specifieke betekenis en vorm. Het publiek zocht iets dat de herdenking bij het Nationaal Monument niet kon bieden: intimiteit, een persoonlijk karakter, een herdenking voor 'gewone mensen'. Door consequent die behoeften na te streven, bleek het publiek in staat de dodenherdenking op de Waalsdorpervlakte toe te eigenen en te integreren in de nationale herdenkingstraditie.

Dit proces van beeld- en realiteitsverandering was succesvol door de samenwerking tussen de media, een invloedrijke maatschappelijke organisatie en het publiek. De Waalsdorpervlakte werd geadopteerd door de Nederlandse samenleving en kreeg een plaats in het nationale geheugen.

[1] M. Grever, 'Visualisering en collectieve herinneringen. "Volendams meisje" als icoon van de nationale identiteit' in Tijdschrift voor Geschiedenis 2004-2 (Assen 2004) 213, 214

 TERUG NAAR BOVEN

 

Literatuur en bronnen

Literatuur

M. Grever, 'Visualisering en collectieve herinneringen. "Volendams meisje" als icoon van de nationale identiteit' in Tijdschrift voor Geschiedenis 2004-2 (Assen 2004).

J. Tollebeek, 'Vanuit de aangrenzende kamer. Over geschiedenis, traditie en geheugen' in Handelingen van de Koninklijke Zuidnederlandse Maatschappij voor taal, letterkunde en geschiedenis. Jaarboek 1996 (Brussel 1997)

J. Winter, Sites of memory, sites of mourning. The Great War in European cultural history (Cambridge en New York 1995)
 

Internetbronnen

www.beeldengeluid.nl (1-11-2005), website van het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid.

www.erepeloton.nl (1-11-2005), website van de Vereniging Erepeloton Waalsdorp.

www.herdenkenenvieren.nl (1-11-2005), website van het Comité 4 en 5 mei, waarop ondermeer aandacht wordt besteed aan de geschiedenis van bevrijdingsfeesten en de nationale dodenherdenking.

www.oorlogsmonumenten.nl (1-11-2005), website van het Comité 4 en 5 mei, waarop de Nederlandse oorlogsmonument zijn geïnventariseerd en beschreven.

Film- en geluidsbronnen

G.T. Cummins (regie), Vrij en onverveerd, acte 3 (Paramount News. Londen 1945)

Polygoon Holland Journaal, Twee jaar geleden. Herdenking op de Woeste Hoeve, Waalsdorpervlakte en in Groesbeek, opname van 4-5-1947

P. de Waart (verslaggever), Radioreportage van de eerste dodenherdenking op de Waalsdorpervlakte, opname van 3-5-1946

 TERUG NAAR BOVEN