ISBN Jaar Titel Auteur/Uitgever
1945 "In deze bajes..." K. de Fries/
Uitg.mij W. de Haan N.V., Utrecht

Het boek is opgedragen 'Aan hen die vielen'.

Voorwoord van de auteur:

"Bid God, dat nooit het oog van een Gestapoman op je valt." Met deze woorden van een Duitsch predikant als motto zou ik kunnen volstaan, ware het niet, dat ik met een enkel woord wil aanduiden hoe dit boek is ontstaan en vooraf den lezer wil zeggen, wat hij er niet in moet zoeken. Mijn relaas heeft geen enkele literaire pretentie en is, hoewel niet alle gruweldaden onvermeld mochten blijven, er evenmin op gericht, sensatie te verwekken. Ik weet dat velen in concentratiekampen en elders bruter zijn behandeld dan wij in Scheveningen; hun lijden en strijden zal ongetwijfeld door andere worden beschreven.
Nadat ik uit de gevangenis ontslagen was, moest ik herhaaldelijk uitvoerig antwoorden op belangstellende vragen. Ik merkte dat anderen mijn belevenissen belangwekkender vonden, dan ik ze had aangeslagen. Dit bracht mij op de geachte ze voor mijn kinderen op schrift te stellen. Toen ik daar eenmaal mee begonnen was, voelde ik, dat het opnieuw doorleven en neerschrijven van hetgeen ik ervaren had, een bevrijdenden invloed op mij uitoefende. Gesprekken met vrienden over brokstukken van het geschrevene deden mij vermoeden, dat het verhaal hoewel in eerste instantie zuiver persoonlijk, door de waarheidsgetrouwheid waarnaar ik had gestreefd, misschien ook anderen zou kunnen interesseeren, met het oog op de methoden van "onze beschermers".

Elke gevangenis heeft haar eigen sfeer. De sfeer, die ik in mijn boek tracht weer te geven, is die van "het Oranjehotel"; naam door den volkshumor gegeven aan de celbarakken te Scheveningen. Immers deze gevangenis dankte haar reputatie aan de politieke gezindheid van de overgroote meerderheid van hen, die daar in het eerste bezettingsjaar moesten verblijven.
De gasten van ons hotel kwamen uit alle rangen en standen der maatschappij. Onder mijn celgenooten bevonden zich voor en na, zoowel een loodgietersknecht als een ingenieur, een agent van politie als een berucht type uit de onderwereld, een bokser als een kapitein der koopvaardij.
Daar, als vanzelf, de levensloop, houding en ervaringen dezer lotgenooten ter sprake komen, kan het boek misschien eenigen kijk geven op wat er in ons volk op politiek en maatschappelijk gebied omging, gedurende een episode der bezetting, te meer, waar de redenen van hun opsluiting zeer uiteenloopend waren. Het boek vertelt daarom van spionnage en sluikhandelaren, van verspreiding van illegale bladen en van Engelandvaarders, van het luisteren naar verboden zenders en van beroepsmisdadigers. Verder stipt het nog tal van oorzaken aan, waardoor men in oorlogstijd achter slot en grendel kon komen. Ook de gang van een proces is er uitvoerig in beschreven. Ware er in die dagen een vrije pers geweest, dan had dit achterwege kunnen blijven. De betreffende strafzaak telde 65 verdachten. Zij was, volgens de verklaring van den President, de grootste die "das Deutsche Obergericht" tot dien dag had te behandelen. Niettemin verscheen er geen letter over in de krant. De weergave heeft ten doel, den lezer de listen en lagen te toonen, die den verdachten door "onze beschermers", bij monde van een geroutineerden President, werden gelegd.
Naar aanleiding hiervan zei een vrouw na mijn invrijheidsstelling: "Je moet wel door een wacht van engelen zijn omringd, anders had je nooit die antwoorden kunnen geven".
De pleidooien, zooals deze in de hoofdstukken XX en XXVIII voorkomen, zijn gehouden door mijn verdediger Mr. Jan van Brugge, die zoo vriendelijk was ze voor mij persklaar te maken. Op deze plaats betuig ik hem daarvoor nogmaals gaarne mijn dank evenals aan Professor Mr. J. Oranje (den vertrouwensman onzer regeering) voor zijn bereidwilligheid dit boek een woord ter inleiding mede te geven. Hoe gaarne zouden de Duitschers ook hem in hun greep hebben gehad al ware het slechts voor het door hem geleide Hoogleerarenverzet.

Het gebonden boek bevat 246 pagina's.

 TERUG NAAR BOEKENOVERZICHT