|
waar stuivend duinvallei
werd tot een monument
weerden helden het getij
vrijheid als argument
de zeewind vredig eens nu rooft
langs bloeiend bloedend hout
stervend leger legt het hoofd
op Waalsdorps Vlakte koud
maar altijd blijven daar de meeuwen
de hemelsblauwe luchten
vervullen met hun schreeuwen
wijl zwaar de heuvels zuchten
Waalsdorp zal mij altijd vragen
vanwaar het onrecht geschiedde
soldatentrouw door moed gedragen
liet het leven hen ontvlieden
de Vlakte toont grillig kontrasten
vocht zich onzegbaar vrij
de vijand die het schoon vergastte
keerde daarmee het getij
mijn voetstap voert over de Vlakte
richt zich mijn oog omhoog
des mensenharten zo vol zwakte
daar onder Waalsdorps hemelboog
een lange stoet van vrije mensen
gaat in de avond heen
zij hebben in ’t hart de vredeswensen
met Waalsdorps doden gemeen
mooi in zijn grillige bestaan
klinkt door de jaargetijden
in zeemeeuws schreeuw een zilte traan
om vrijheidstrijders lijden |